Naar de navigatie

Het wettelijk stelsel van de monumentenzorg

In de Monumentenwet 1988 is geregeld hoe gebouwde monumenten (daaronder begrepen ‘groene’ monumenten) en archeologische monumenten aangewezen kunnen worden als wettelijk beschermd monument. De Monumentenwet 1988 heeft niet alleen betrekking op de aanwijzing van rijksmonumenten, maar ook op bescherming van stads en dorpsgezichten en op de omgang met archeologische waarden en opgravingen.

Aanwijzing rijksmonumenten

Vergunningen

Daarnaast bevat de Monumentenwet 1988 een vergunningstelsel voor de omgang met archeologische rijksmonumenten. Voor deze monumenten is een monumentenvergunning op grond van de Monumentenwet 1988 vereist.

Voor het wijzigen, verstoren of slopen van een beschermd monument is een vergunning verplicht. Het is strafbaar als deze activiteiten zonder vergunning worden uitgevoerd. Een vergunning moet vooraf worden aangevraagd. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beslist op aanvragen om een monumentenvergunning voor archeologische rijksmonumenten.

Monumentenvergunning

Het zonder meer opgraven van archeologische resten is op grond van de Monumentenwet 1988 niet toegestaan. De wet bevat voorschriften met betrekking tot de opgravingsvergunning en het melden van archeologische vondsten. Ook zijn gemeenten op grond van de Monumentenwet 1988 gehouden om de belangen van de archeologische monumentenzorg in hun bestemmingsplannen te verankeren.

Opgravingsvergunning

Subsidie

De Monumentenwet 1988 vormt de basis voor de subsidieregelingen voor instandhouding en restauratie van rijksmonumenten. Daarnaast is een aantal beleidsregels vastgesteld met betrekking tot de uitvoering van de Monumentenwet 1988.

Subsidie

Wetten en regelingen