In Nederland bevatten vrijwel alle bodemlagen verbindingen van ijzer en zuurstof (ijzeroxiden of - hydroxiden). In de aanwezigheid van zuurstof hebben ze - afhankelijk van de precieze mineraalvorm - rode, rood- bruine of geel-bruine kleuren. (Het ijzer is dan geoxideerd, en is als Fe3+ in de verbindingen aanwezig, bijv. FeOOH en Fe2O3). Is geen zuurstof aanwezig, dan kúnnen deze verbindingen worden omgezet naar verbindingen die een blauwe kleur hebben, en die bovendien makkelijk oplosbaar zijn. (Het is ijzer is dan gereduceerd, en is als Fe2+ aanwezig, bijvoorbeeld als Fe(OH)2). Dit gebeurt doordat bacteriën het ijzer gebruiken als vervanging voor het (ontbrekende) zuurstof. De grens van zuurstof indringing in de bodem (de redox-grens) is hierdoor in boringen en profielen in veel gevallen goed herkenbaar.
Als de bodem een min of meer homogene grijs/blauwe kleur krijgt – als gevolg van het gebrek van zuurstof – kunnen archeologische grondsporen minder (of niet) herkenbaar worden in bodemlagen die waarschijnlijk eerder een andere kleur hadden.
