In sierlijke letters staat gegraveerd: Teveel ghesien is schadelijck.Het zijn woorden van Lida Lopes Cardoso"". Op ambachtelijke wijze kalligrafeerde zij de spreuk zo'n vijftien jaargeleden op pyrex-glas. De bolle vaas is in 1991 op een veilingaangekocht door de Rijksdienst Beeldende Kunst (RBK) en maakt sindsdiendeel uit van de rijkscollectie, waartoe ook honderden andereglasobjecten behoren.
Schadelijk is het niet, het zien van glas uit de rijkscollectie. Integendeel, het is zeer de moeite waard. Maar wil je een beeld krijgen van 's rijksverzameling, dan is dat niet één twee drie mogelijk. Dat komt omdat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed niet beschikt over een eigen tentoonstellingsruimte. Van de honderdzeventigduizend kunstwerken is ongeveer de helft ondergebracht bij diverse musea en andere bruikleennemers. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft dan ook een paar duizend lenende klanten. Het overige deel van de collectie bevindt zich in Rijswijk. Daar zal liet echter niet voor eeuwig blijven. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoedzal namelijk trachten deze depotcollectie de komende jaren te mobiliseren en zo zichtbaar te maken voor publiek.
Vooral gebruikscollectie
Die behoefte aan spreiding komt vooral voort uit de functie van de rijkscollectie; de collectie is er om gezien te worden. Ter completering van de vaste opstelling van musea wordt daarom zoveel mogelijk werk in bruikleen gegeven. En daar waar de werken de hoogste gebruikswaarde hebben, worden ze geplaatst. Ook worden openbare gebouwen er mee aangekleed. Voorts kunnen hoogwaardigheidsbekleders putten uit de inventaris ter verfraaiing van representatieve ruimtes en kantoren.
Zo kan een vaas van Copier terechtkomen in één der ministeries of ambassadegebouwen, een schaal van Bert Frijns of Willem Heesen een plaats krijgen in het Glasmuseum in Leerdam of een object van Richard Meitner in het Frans Halsmuseum in Haarlem en zo kan een sculptuur van Helly Oestreicher de collectie van het Kruithuis in Den Bosch completeren.
Heterogeen samengesteld
Naast modern glas kun je bij de bruikleennemers ook roemers, gegraveerde bokalen, slingerglazen of glas-in-lood van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aantreffen. De collectie is qua samenstelling uiterst gevarieerd. Dat is het gevolg van de wijze waarop de collectie in het verleden is opgebouwd. Van 1923 tot 1992 konden er uit een bepaald budget aankopen gedaan worden. Commissieleden kochten hedendaagse kunst aan om Nederlandse regeringsgebouwen aan te kleden en verstrekten opdrachten om kunstwerken te vervaardigen voor een bepaalde bestemming. Na de Tweede Wereldoorlog streefde men er naar om een zo representatief mogelijke collectie moderne kunst op te bouwen. Verder is via de Beeldende Kunstenaarsregeling uit de periode 1949-1984 veel zogenaamd BKR-werk verworven.
Naast de aankopen bestaat de collectie uit 'oud Rijksbezit'. Daaronder vallen werken die al vóór 1933 in bezit waren van de Staat. Door middel van schenkingen en legaten is en wordt de inventaris nog steeds uitgebreid. Hierbij kan gedacht worden aan de Zeeuwse collectie Bal en de collectie Jacometti.
Af en toe worden ook inboedels verworven, zoals die van Professor Jaffé. Hiertoe behoort Duits Biedermeiermeubilair en glas en porselein afkomstig uit het ouderlijk huis van Hans Jaffé. Die glasverzameling bevat overwegend stukken Boheems en Biedermeier glas uit de periode 1830-1900, waaronder flacons en een serie geslepen souvenirbekers en -glazen met gegraveerde stadsgezichten en landschappen.
Leerdam
Op wat Boheems glas en een paar glaasjes naar een ontwerp van H.P. Berlage uitgevoerd bij Pantin (Frankrijk) na, wordt het glas uit de eerste zes decennia van deze eeuw voornamelijk gedomineerd door gebruiksglas uit de Glasfabriek Leerdam. Voorbeelden zijn glazen uit serviezen van K.P.C. de Bazel en Andries Copier (onder meer Smeerwortel, Gilde). Daarnaast zijn er unica van Paul Citroen, Andries Copier, Willem Heesen, Chris Lanooy, Lodewijk Linssen, Floris Meydam en Sybren Valkema.
Studioglas
Het is opvallend dat de rijkscollectie ook een aantal glasobjecten herbergt uit de beginperiode van het studioglas, toen het vervaardigen van glas ook buiten een fabrieksverband mogelijk werd door de ontwikkeling van een kleine glasoven. Begin jaren zeventig al is vroeg werk aangekocht van Bert van Loo, Kea de Herder-Verwey en Bart de Vogel. Zij waren de eerste studenten die de werkgroep glas van de Gerrit Rietveld Academie (opgezet in 1969) in Amsterdam doorliepen. Kea de Herder-Verwey was in 1974 bovendien de eerste in Nederland die na de opleiding een eigen glasstudio startte.
In de jaren tachtig zijn stukken toegevoegd van Mieke Groot en Richard Meitner, beide oud-studenten en later docenten van de glasafdeling. Van Meitner is onder meer de installatie Zij Kent aanwezig, een museaal werk bestaande uit zestien objecten van glas en keramiek en ook een containervorm waarin een onderbeen van beschilderd triplex door een houten ring stapt.
Alle aangekochte werken in de rijkscollectie kenmerken zich door inventarisnummers die beginnen met een K. Behalve de eerder genoemde werken vallen hier ook objecten onder van Marinus Boezem, Vincent van Ginneke, Veronica Pöschl Mart van Schijndel, Marjolein Seegers, Borek Sipek en Frans Willebrands.
De meeste moderneglasobjecten zijn in galeries of op veilingen gekocht. Slechts een handvol is via de BKR in de rijkscollectie terechtgekomen. Werk van Mieke Folgering heeft inventarisnummers beginnend met BK, een indicatie voor het feit dat haar werk tussen 1975 en 1981 is binnengekomen, evenals dat van Durk Valkema. BKR-nummers uit de periode 1981-1984 beginnen met DV zoals bij schalen van Bert Frijns het geval is. Zo is de herkomst van de werken in één oogopslag duidelijk, althans voor wie thuis is in de nummering.
Glas-in-lood
Als gevolg van een afspraak tussen de beheerders van de rijkscollectie, de Rijksgebouwendienst en de Dienst der Domeinen zijn naast objecten ook vensters in de inventaris opgenomen. Veelal dreigden die gebrandschilderde ramen verloren te gaan bij moderniseringen of sloop van gebouwen. Dankzij tussenkomst van genoemde diensten zijn dus onroerende goederen uit de oorspronkelijke context verwijderd en roerend geworden. Zo kon het gebeuren dat gebrandschilderde glas-in-loodramen uit het voormalige gebouw van de Hoge Raad der Nederlanden ('s-Gravenhage) van Pieter Hofman aan de rijkscollectie werden toegevoegd en dat een glas-in-loodraam met Sint Joris en de draak van Henri van der Stok dezelfde weg volgde.
De Rijksdienst bezit overigens in verhouding tot het aantal andere objecten, relatief weinig glas-in-lood. Composities met een schaatsenrijder van Theo van Doesburg bevinden zich thans in museum de Lakenhal in Leiden en in het Kröller-Müller-Museum in Otterlo. Het Glasmuseum in Leerdam en het Haags Gemeentemuseum hebben ieder een pendant van een raam met een liggende figuur in bruikleen dat is ontworpen door Vilmos Huszár.
Naast ramen bevindt zich ook een klein aantal ontwerptekeningen'voor glas-in-lood en gebrandschilderd glas in de rijkscollectie, onder meer van Albert Plasschaert uit de periode 1913-1941 en van joep Nicolas uit de jaren vijftig.
Afsluitend kan opgemerkt worden dat glas gemaakt na 1990 geheel en al ontbreekt in de collectie. Na 1992 is er immers niets meer aangekocht door de RBK. Alleen via schenkingen en legaten wordt tegenwoordig iets aan de collectie toegevoegd.
Wie meer wil weten over glas uit de collectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kan contact opnemen met drs. Geertje Huisman, conservator moderne kunstnijverheid, afdeling collecties van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Rijswijk tel +31 (0)70- 3073800.
