De collectie videowerken van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is relatief klein. Het is onderdeel van een zeer omvangrijke collectie moderne kunst. De deelcollectie videowerken omvat autonome videowerken en installaties. Daarnaast bestaat het uit registraties van performances en documentair videowerk (interviews met kunstenaars, educatieve begeleiding bij tentoonstellingen en dergelijke). Deze collectie beslaat zo’n 25 jaar Nederlandse videokunst (werk van in Nederland werkzame buitenlandse kunstenaars inbegrepen). Het geeft een representatief overzicht van de ontwikkelingen in de Nederlandse videokunst vanaf de jaren ’70 tot begin jaren ’90.
Videokunst in Nederland
Video als kunstvorm is wel eens gezien als een beweging van korte duur, als een tijdelijk, weer wegebbend verschijnsel. Het technische aspect van het medium is een van de vele verklaringen voor het terughoudende gedrag van de “officiële” kunstwereld. Maar ook het (te) alledaagse karakter van de tv-cultuur, de massa-entertainment en de vercommercialisering behoren daartoe. Toch kent Nederland al vanaf de jaren ’70 enkele pioniers op dit kunstgebied. Kunstenaars als Livinus en Jeep de Bundt, Marinus Boezem, Jan Dibbets, Ger van Elk, Peter Struycken en Miguel-Ángel Cárdena gebruikten deze kunstvorm al.
Nieuw medium
Deze kunstenaars vereffenden de weg voor andere videokunstenaars. Maar ook kwam hierdoor een vaste plaats voor videokunst binnen het onderwijs op de academies. Rond 1980 had het medium in Nederland vaste grond onder de voeten. Een snel groeiend aantal jonge beoefenaars diende zich aan. Productie- en distributiefaciliteiten werden door de overheid gesubsidieerd en voor grote groepen kunstenaars toegankelijk. Musea en tentoonstellingsmakers bleken echter minder toeschietelijk. De mogelijkheden om het nieuwe medium in een museale context te presenteren bleef dan ook beperkt.
De collectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
De collectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is ontstaan vanuit de Rijksaankopen, onder andere uitgevoerd door de Rijksdienst Beeldende Kunst (RBK) in de periode 1984-1992. Daarnaast bevat het tentoonstellingsaankopen die door de Nederlandse Kunststichting (NKS) en Bureau Beeldende Kunst Buitenland (BBKB) zijn gedaan. Ook verwervingen in het kader van de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) maken deel uit van de collectie.
Collectie videokunst
De deelcollectie videokunst bevat werken van de eerder genoemde pioniers van de Nederlandse videokunst. Het zwaartepunt ligt in de jaren ’80 met werk van onder andere Abramovic/Ulay, Hooykaas/Stantsfield, Servaas, Pink en Lydia Schouten. De deelcollectie wordt min of meer ‘afgesloten’ met multimedia installaties. Deze zijn in 1990 door de RBK verworven voor de reizende tentoonstelling Imago, fin de siècle in Dutch contemporary art. Deze tentoonstelling heeft gedurende twee jaar onder begeleiding van het Nederlands Instituut voor Mediakunst de wereld rondgereisd. Naast installaties van eerder genoemde kunstenaars waren er ook installaties van Jeffrey Shaw, Nol de Koning, Giny Vos, Ricardo Füglistahler en anderen. Vanaf 1992 zijn er door de RBK, en daarna door haar opvolger ICN, geen (video)werken meer aangekocht.
Play Out
Het Nederlands Instituut voor Mediakunst te Amsterdam heeft de afgelopen twee jaar onder de naam Play Out een deel van de collecties in haar beheer. Ook heeft zij haar documentatiecollectie digitaal ter beschikking gesteld. Dit werd mogelijk gemaakt door een subsidietoekenning in het kader van de regeling Digitaliseren met Beleid (DmB) van SenterNovem. Een onderzoek naar de ongecomprimeerde opslag op harddisks was onderdeel van dit project.
Voor meer informatie over dit project: www.nimk.nl/nl/_projecten/playout
