Naar de navigatie

Visie Erfgoed en Ruimte

De staatssecretaris van OCW en de minister van Infrastructuur en Milieu hebben voor het zomerreces de Visie Erfgoed en Ruimte aan de Kamer aangeboden. Deze visie genaamd 'Kiezen voor karakter' luidt een volgende fase in van de modernisering van de monumentenzorg en is gericht op het verbinden van de zorg voor het cultureel erfgoed met andere ruimtelijke ontwikkelingsopgaven op het gebied van onder meer economie, veiligheid en duurzaamheid. Het kabinet verwacht dat de visie overheden, initiatiefnemers, eigenaren, ontwikkelaars en ruimtelijk ontwerpers er toe zal aanzetten om de waarde van het cultureel erfgoed in te zetten bij de ontwikkeling van gebieden. De VER is complementair aan de ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, waarin het kabinet de unieke cultuurhistorische waarde van nationaal belang planologisch borgt.

Het kabinet richt zich op een selectief aantal gebieden en ruimtelijke opgaven. Zij heeft vijf prioriteiten benoemd voor het gebiedsgericht erfgoedbeleid:

1. Werelderfgoed: samenhang borgen, uitstraling vergroten

De gebouwen en gebieden die op de (voorlopige) Werelderfgoedlijst staan krijgen een effectieve status, financiële middelen en een duurzame recreatieve en toeristische ontsluiting.

2. Eigenheid en veiligheid: zee kust en rivieren 

Het culturele karakter van de kuststrook en de grote rivieren krijgt een belangrijke rol in de ruimtelijke ontwikkelingsprogramma’s.

3. Herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave, focus op groei en krimp

Veel religieuze, agrarische, militaire en industriële gebouwen en complexen verliezen hun functie. Het herbestemmen is geagendeerd in het nationale programma Herbestemmen. Het kabinet wil zich nu concentreren op het herbestemmen in de economische topgebieden en de krimpregio’s.

4. Levend landschap: synergie tussen erfgoed, economie, ecologie

Het kabinetsbeleid richt zicht op de economische topregio’s, het natuurnetwerk en deenergieopgave (windenergie). Het rijk gaat op Europees niveau de geldstromen voor landbouw aanwenden voor het behoud van cultuurhistorie. Daarnaast gaat het zich inzetten voor cultuurhistorie in regio’s met een biodiversiteit- of energieopgave.

5. Wederopbouw: tonen van een tijdperk

De wederopbouwperiode 1940-1965 is bijzonder en uniek door innovatieve en ongekende ontwerpen. Het is nu tijd om vast te stellen welke gebieden van cultuurhistorisch belang zijn. Ook moeten richtlijnen opgesteld worden hoe dit erfgoed herkenbaar aanwezig blijft bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.