Binnen een landgoed is vaak sprake van tuinen, parken, bospercelen en landbouwgronden. De verschillende onderdelen van landgoederen zijn open plekken tussen landgoederen (weilanden) of bos- of parklandschap van een landgoed. Om het onderscheid tussen deze landschappelijke kenmerken te behouden kunnen ze een toegesneden bestemming, zoals ‘Bos’, ‘Groen’ en ‘Natuur’, krijgen die de verschillende kernmerken vastlegt en beschermt, bijvoorbeeld met het opnemen van verbodsbepalingen of omgevingsvergunningen voor het aanleggen. Om toch de samenhang binnen een landgoed te behouden en te versterken, kunnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de verschillende bestemmingen op elkaar worden afgestemd. Hierbij kan ervoor worden gekozen om beperkt te bestemmen conform het bestaande gebruik en de bebouwing. In de bestemmingen kunnen vervolgens voor nieuwe ontwikkelingen flexibiliteitsbepalingen worden opgenomen zoals afwijkingsmogelijkheden en wijzigingen. Bij toepassing van de afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden kunnen criteria worden opgenomen die zien op de samenhang van het landgoed en de kwaliteit van het gebied. Eventueel kan over alle bestemmingen die onderdeel uitmaken van het landgoed een functieaanduiding worden opgenomen met daaraan een omgevingsvergunningenstelsel gekoppeld die ziet op de waarden en kwaliteiten van het landgoed. Ook een dubbelbestemming uit de hoofdgroep ‘Waarde’ behoort tot de mogelijkheden.
Het is wenselijk dat landgoederen met landhuizen, bijgebouwen, tuin, parkaanleg en zichtlijnen behouden blijven. Landgoederen dienen dan ook bestemd te worden conform de huidige functie, zoals een bedrijfs- of woonfunctie, waarbij het landhuis en de bijgebouwen vastgelegd kunnen worden door middel van het leggen van bouwvlakken met maatvoeringsaanduidingen waarmee de maat van de bebouwing wordt vastgelegd. De tuin en parkaanleg kunnen door middel van omgevingsvergunningenstelsels worden behouden. Onbebouwde stroken tussen en langs landgoederen dienen bestemd te worden als open gebied waarbinnen geen opgaande beplanting en bebouwing is toegestaan.
De hagen, monumentale bebouwing en het profiel van sloten en wegen kunnen binnen de bestemming specifiek worden aangeduid door middel van functieaanduidingen en/of dwarsprofielen.
