Naar de navigatie

2011 Gemeente Breda

Zaaknummer: 200908508/1/R4
Datum van uitspraak: 2 november 2011
Gemeente: Breda
Trefwoorden: arch. verwachtingswaarde, dubbelbestemming, verstoring, benodigd onderzoek
Relevante passages: 2.16 (geheel)

Hoofdlijn

Hoewel de archeologie in de bodem volgens de appelanten verstoord is in gebieden van het bestemmingsplan “Buitengebied Zuid” (gemeente Breda) is dit volgens de Afdeling niet aangetoond. De gemeente mag daarom (aangezien het een conserverend plan betreft) uitgaan van de beschikbare archeologische onderzoeken en is verder onderzoek niet noodzakelijk om aan deze gebieden een dubbelbestemming te verbinden.

Korte inhoud

Tegen het bestemmingsplan “Buitengebied Zuid” van de gemeente Breda werd door onder verschillende appelanten beroep aangetekend. Ten onrechte zou aan verschillende gronden in het plangebied de dubbelbestemming “waarde – archeologie” zijn toegekend. Er zou onvoldoende onderzoek naar de archeologie in het gebied zijn gedaan en aanwezige waarden zouden door werkzaamheden al vaak verstoord zijn.

De gemeenteraad is van oordeel dat de archeologische verwachtingswaarden zijn gebaseerd op wetenschappelijke modellen en onderzoeken uit het verleden. De raad ontkent dat archeologische waarden al verdwenen zouden zijn.

De Afdeling wijst erop dat (gelet op uitspraak 200801932/1/R1 van 9 december 2009) het gemeentebestuur de plicht heeft zich voldoende te informeren omtrent de archeologische situatie voordat bestemmingen kunnen worden aangewezen en voorschriften kunnen worden vastgesteld.

Dit onderzoek kan bijvoorbeeld bestaan uit het raadplegen van kaartmateriaal. Wanneer dit niet toereikend is zal er onderzoek plaats moeten vinden, bijvoorbeeld door proefsleuven of boringen.

In het bestemmingsplan wordt aangesloten bij ErfgoedVisie Breda 2008-2015. Voor deze visie is een archeologische inventarisatie verricht, waarvan de resultaten op een beleidskaart zijn weergegeven. Aangezien het om een conserverend bestemmingsplan gaat heeft de raad ervoor gekozen aan te sluiten bij deze beleidskaart en geen nader onderzoek te verrichten.

In het bestemmingsplan zijn alleen de gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarden van een dubbelbestemming voorzien. De Afdeling oordeelt dat de appelanten niet hebben aangetoond dat in deze gebieden (in tegenstelling tot de beschikbare informatie) geen archeologische waarden meer bevatten. De beroepen zijn daarom ongegrond.

Lees hier de volledige uitspraak op de website van de Raad van State.