Naar de navigatie

2010 Gemeente Meerlo-Wanssum

Zaaknummer: 201003274/1/R3
Datum van uitspraak: 29 december 2010
Gemeente: Meerlo-Wanssum
Trefwoorden: beeldkwaliteit, bestemmingsplan
Relevante passages: 2.7

Hoofdlijn

In deze uitspraak geeft de Afdeling aan dat in een bestemmingsplan een voorwaarde met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit gesteld mag worden, maar dat deze ook concreet in het plan moet worden opgenomen. Dit betekent dat ruimtelijke kwaliteit als voorwaarde (in de plantoelichting) in een bestemmingsplan kan worden opgenomen.

Korte inhoud

In 2010 heeft het college van GS van Limburg goedkeuring gegeven aan het bestemmingsplan ‘Zone Industrielawaai bedrijventerreinen Haven Wanssum en Tienray’. Hiertegen stelde (onder andere) een bewoner beroep in vanwege aantasting van zijn uitzicht en leefomgeving.

In het plan wordt de opslag van betonelementen mogelijk gemaakt, door de wijziging van de bestemming “Agrarische doeleinden A” naar “Bedrijventerrein BT”. In een rapport van BRO wordt daarbij geadviseerd een haag van bomen aan te leggen om het bedrijf landschappelijk in te passen.
De appellant geeft aan dat de opslag vaak hoger dan twee meter zal zijn en dat bovendien niet zeker is dat die groenstrook ook daadwerkelijk wordt aangelegd.
De Afdeling oordeelt dat sprake is van een groenstrook met een hoogte van vier tot vijf meter, zodat de opslaghoogte van meer dan twee meter geen aantasting op zal leveren.
Wat de realisatie betreft is er sprake van een planrealisatieovereenkomst tussen de gemeente en het bedrijf. Daarbij is een inspanningsverplichting opgenomen om de groenstrook te realiseren.
Hoewel uit de stukken blijkt dat de gemeente de beplantingshaag noodzakelijk acht (voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan) overweegt de Afdeling dat deze niet in de planvoorschriften opgenomen is. De Afdeling ziet geen reden waarom het opnemen van de beplantingshaag niet als voorwaarde in (de voorschriften van) het bestemmingsplan zou kunnen worden opgenomen. Dit betekent dat ruimtelijke kwaliteit als voorwaarde in het bestemmingsplan kan (en in dit geval moet) worden opgenomen.
De landschappelijke inpassing is daarom in dit geval onvoldoende gewaarborgd in het plan. Het besluit tot goedkeuring door het college van GS wordt vernietigd.

Lees hier de volledige uitspraak op de website van de Raad van State.