Op gemeentelijk niveau verloopt het samenspel tussen erfgoed en ruimte in grote lijnen langs vier sporen:
- Ambitie- en beleidsspoor: in dit spoor worden de gemeentelijke ambities op het terrein van erfgoed en ruimte bepaald. Ook wordt de strategie waarlangs de ambities worden gerealiseerd vastgelegd. Weten wat je hebt en wat je wilt met het erfgoed! Zicht hebben op de wijze waarop erfgoeddoelen kunnen worden bereikt als start van een goede implementatie in de ruimtelijke ordening. Belangrijke gemeentelijke beleidsinstrumenten zijn: erfgoednota en structuurvisie.
Lees door >
- Juridisch-Instrumenteel spoor: in dit spoor vindt een instrumentele verankering en uitwerking van de te realiseren ambities en doelen plaats. Dit gebeurt binnen de wettelijke kaders van Wro/Bro, Monumentenwet, Natuurbeschermingswet en Natuurschoonwet. Het gemeentelijk instrumentarium bestaat op hoofdlijnen uit het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning en de gemeentelijke verordening.
Lees door >
- Communicatiespoor: in dit spoor worden de ambities en doelen vanuit erfgoed gepresenteerd, vindt kennisverspreiding plaats en wordt overleg en afstemming gevoerd met ruimte. Doel is te komen tot afspraken over de implementatie van erfgoed in beleid en uitvoering. De afspraken gaan over een goede verankering van cultuurhistorische waarden in ruimtelijke plannen en uitvoeringstrajecten, maar ook over het beschermen en versterken van erfgoed los van deze formele kaders.
Lees door >
- Financieel spoor: in dit spoor vindt de financiering plaats van ruimtelijke ontwikkeling en het behouden, beschermen en beheren van erfgoed. Dit gebeurt via onder meer subsidieregelingen, fondsen, compensatieregelingen en financiering vanuit de grondexploitatie (GREX).
Lees door >
Deze vier sporen gelden in aanzet ook bij het samenspel tussen erfgoed en ruimte op het niveau van het rijk en de provincie.
In onderstaande afbeelding ziet u hoe de vier sporen per overheidslaag tot uitdrukking komen.
Ambitie- en beleidsspoor
Het is belangrijk dat erfgoedbelangen en cultuurhistorische waarden vroegtijdig op de bestuurlijke agenda staan en zo vroeg mogelijk worden ingebracht in het ruimtelijk beleid. De nieuwe Wro vraagt expliciet om deze vroegtijdige inbreng. Dit geldt voor zowel de voorbereiding van een gemeentelijke structuurvisie als de verdere uitwerking van het ruimtelijk beleid in bestemmingsplannen. Erfgoed wordt steeds meer gezien als belangrijke factor in ruimtelijke kwaliteit.
Zowel vanuit erfgoed als ruimte is het belangrijk om tijdig zicht te hebben op:
- de waarden en kwaliteiten die er zijn (weten wat je hebt!)
- de belangen, de wensen en de ambities die spelen rond het gemeentelijk erfgoed (weten wat je wilt!).
Het formuleren van een visie op erfgoed en een vroegtijdige inbreng van erfgoedbelangen in de ontwikkeling van ruimtelijk beleid leveren het volgende op:
- Het helpt bij het helder krijgen wat je met erfgoed wilt én moet.
- Het helpt bij de realisatie van erfgoeddoelen vanuit het ruimtelijk beleid.
- Het maakt een goede samenhangende verankering van erfgoeddoelen mogelijk (in ruimtelijk en erfgoed instrumentarium).
- Het maakt een goede vroegtijdige afstemming met andere beleidsvelden mogelijk.
- Het is de basis voor goed ‘haasje over’-springen tussen erfgoed en ruimte (zowel beleidsmatig als operationeel).
- Het versterkt de integrale kwaliteit en kwaliteitsbeleving van de leefomgeving.
- Handelingsperspectieven voor het bereiken van ambities en doelen vergemakkelijken een goede afstemming met ruimtelijk beleid.
Ambities, doelen en taakstellingen worden vastgelegd in visiedocumenten zoals een structuurvisie, erfgoednota of kwaliteitsatlas. De realisatie wordt vastgelegd in agenda’s, uitvoerings- en werkprogramma’s en bestemmingsplannen.
De structuurvisie is het instrument waarin erfgoed beleidsmatig een plek dient te hebben. Wat in de structuurvisie wordt geregeld is na bestuurlijk akkoord stevig verankerd. In de uitvoeringsparagraaf van de structuurvisie wordt bovendien helder hoe het beleid gerealiseerd gaat worden en welke strategie de gemeente volgt. De structuurvisie is het het kader voor de verdere uitwerking van het ruimtelijk beleid in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is vervolgens een meer juridisch technisch uitvoeringsinstrument waarin wordt geregeld hoe zaken die in de structuurvisie zijn bepaald worden ingericht, ontwikkeld en geborgd. Feitelijk werkt het bestemmingsplan logisch zaken uit die in structuurvisie zijn afgesproken of die elders al zijn verankerd zoals bijvoorbeeld in een gemeentelijke of provinciale verordening.
Ga naar het ambitie- en beleidsppoor >
Juridisch-instrumenteel spoor
In het juridisch-instrumenteel spoor vindt een instrumentele verankering en uitwerking van de te realiseren ambities en doelen op het terrein van cultureel erfgoed plaats. Het gaat hierbij om waarden en belangen in de sfeer van de archeologie, historische bouwkunst (monumenten) en historische geografie en ensembles hiervan. De instrumenten voor de borging en verankering vloeien voort uit de wettelijke regelingen en besluiten.
Op rijksniveau zijn de voor erfgoed en ruimte belangrijkste wettelijke kader Wro/Bro en Monumentenwet 1988.
Op provinciaal niveau is met name de provinciale verordening en eventueel een provinciale aanwijzing van belang.
De gemeente moet bij de verankering en uitwerking van haar beleid rekening houden met geldende juridische en bestuurlijke kaders. De gemeente beschikt binnen deze kaders over een eigen beleidsruimte (structuurvisie, erfgoednota) en eigen instrumenten (bestemmingsplan, omgevingsvergunning en gemeentelijke verordening). Op gemeentelijk niveau zijn de belangrijkste juridische instrumenten voor het verankeren van erfgoed in relatie tot ruimte respectievelijk het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning en de gemeentelijke verordening.
Communicatiespoor
Het communicatiespoor bestaat uit overleg, afstemming en het komen tot afspraken met andere publieke partijen en de te betrekken of belanghebbende private partijen. Specifiek onderdeel van de informele communicatie is de kennisverspreiding van cultuurhistorische en archeologische waarden.
Het communicatiespoor beoogt:
- Informatie en kennis verspreiden
- Betrokkenheid bij partijen.
- Draagvlak voor erfgoedwaarden en –kwaliteiten.
- Participatie van partijen bij het realiseren van erfgoedambities en -doelen.
Het communicatiespoor kent twee soorten communicatie:
- Formele communicatie als onderdeel van wettelijk vastlegde procedure
- Informele communicatie: presenteren, kennis verspreiden, overtuigen, lobbyen en verleiden
Ga naar het communicatiespoor >
Financieel spoor
Financieel spoor
Op rijksniveau zijn er meerdere regelingen die gericht zijn op het behoud, de bescherming en het herstel van ons cultureel erfgoed. Dit zijn onder meer de subsidies, fiscale regelingen, fondsen en specifieke budgetten.
De provincies vervullen bij de subsidieverstrekking vaak een intermediaire rol. Provincies beschikken daarnaast ook over eigen budgetten voor het beschermen, behouden en versterken van het provinciaal cultureel erfgoed. Alle provincies kennen provinciale subsidieverordeningen op basis waarvan initiatiefnemers/eigenaren, gemeenten, waterbeheerders en andere publieke of private organisaties subsidie voor projecten of programma’s aan kunnen vragen.
Op gemeentelijke niveau zijn er lokale subsidieregelingen. Bij ruimtelijke ontwikkeling is er daarnaast de mogelijkheid om behoud, bescherming en ontwikkeling van cultureel erfgoed te financieren vanuit de grondexploitatie op basis van de GREX-wet. Daarnaast is financiering mogelijk vanuit PPS-constructies, convenanten, contracten en exploitatieovereenkomsten.
