Naar de navigatie

Indemniteitsregeling

Voor musea zijn het organiseren van grote, tijdelijke tentoonstellingen en het regelen van langdurige bruiklenen van afzonderlijke objecten belangrijke manieren om een stimulerend presentatiebeleid te voeren. Maar het lenen van voorwerpen voor tijdelijke of langdurige presentatie is vaak, vooral als het gaat om bruiklenen uit het buitenland, geen eenvoudige opgave. Om te voorkomen dat de Nederlandse musea - hetzij door budgettaire beperkingen, hetzij door de hoge kosten van dergelijke projecten - buiten het internationale circuit raken, bestaat de zgn. indemniteitsregeling. De regeling is een instrument om collectiemobiliteit en cultuurparticipatie te stimuleren.

Gereduceerde verzekeringspremies

Bij grote prestigieuze tentoonstellingen zijn de verzekeringspremies een belangrijke financiële factor. Door de waardestijging van kunstvoorwerpen in de laatste decennia zijn de kosten van verzekering zeer hoog geworden. De ‘Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2008’ heeft tot doel deze kosten te reduceren. Bij het verlenen van indemniteitsgarantie neemt de Staat een deel van het risico over. De indemniteitsverklaring fungeert als dekking van een soort ‘premier risque’. Verzekeringspremies kunnen daardoor aanzienlijk worden gereduceerd.

Criteria voor toekenning indemniteitsgarantie

Inhoud van de tentoonstelling/bruikleen. De regeling is beperkt tot tijdelijke tentoonstellingen of langdurige bruiklenen die van uitzonderlijk belang zijn voor Nederland.

Tijdelijke tentoonstellingen

De expositie biedt een belangrijke visie op periodes, personen of voorwerpen van cultuurhistorische betekenis; wekt een overtuigende waardering op voor cultuurhistorische periodes, personen of voorwerpen, en toont een omvangrijke compilatie van kunstvoorwerpen, die niet of nauwelijks in Nederland te bezichtigen zijn.

Langdurige bruiklenen

Een uit het buitenland afkomstig voorwerp, dat gedurende tenminste één jaar en ten hoogste vijf jaar in bruikleen wordt geven aan een instelling, die dit voorwerp presenteert in een samenhang die men normaliter niet in Nederland te zien krijgt.

Beveiliging en veiligheid

Het museum beschikt gedurende de periode waarvoor indemniteit is toegekend over een actuele risico-inventarisatie en –analyse, waarin de risico’s voor de collectie, inclusief de bruiklenen waarvoor indemniteit is toegekend, zijn opgenomen. Het museum beschikt gedurende de periode waarvoor indemniteit is toegekend over een actueel calamiteitenplan, waarin de veiligheid van de collectie, inclusief de bruiklenen waarvoor indemniteit is toegekend, is opgenomen. Het museum heeft op basis van bovengenoemde risicoanalyse voldoende maatregelen getroffen ten behoeve van de tentoonstelling, waarin de bruiklenen figureren waarvoor indemniteit is toegekend. Het museum is bereid om de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (en/of door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ingeschakelde deskundigen) tijdens de behandeling van de aanvraag voor toekenning van indemniteit alle informatie te verschaffen over de veiligheid, beveiliging en bewaking van de bruiklenen waarvoor indemniteit is toegekend. Het museum is gedurende de periode waarvoor indemniteit is toegekend bereid om de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (en/of door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ingeschakelde deskundigen) alle organisatorische, bouwkundige en elektronische veiligheidsvoorzieningen op locatie te tonen.Zie voor een volledig overzicht van de criteria de tekst van de regeling.

Indemniteitsverklaring

Eigen risico

Het is niet de bedoeling dat een museum al voor een geringe schade een beroep doet op indemniteit. Per tentoonstelling wordt een eigen risico opgelegd. De hoogte daarvan is afhankelijk van de totale verzekerde waarde van de tentoonstelling. Ook in het geval van langdurige bruiklenen wordt een eigen risico opgelegd.

Wijzigingen

In de periode tussen het verlenen van indemniteitsgarantie en de aanvang van de tentoonstelling/langdurig bruikleen kunnen zich wijzigingen voordoen zoals een vermeerdering of vermindering van de aantallen bruiklenen of een wijziging van de verzekerde waarde(n), die van invloed zijn op de reeds genomen beslissing. De aanvrager is in dat geval verplicht drie weken voor de aanvang van de tentoonstelling/langdurig bruikleen de definitieve gegevens – bruikleen(lijst) inclusief verzekerde waarde(n) - in te dienen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed . Bij wezenlijke verschillen kan het indemniteitsbedrag naar boven of beneden worden bijgesteld.

Bezwaar

Een indemniteitsverklaring dan wel een weigering tot het verstrekken van indemniteit is een beschikking in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. Iedere belanghebbende kan hiertegen bezwaar maken.

Een bezwaarschrift dient te worden ingediend bij het secretariaat van de Bezwarencommissie van het
Ministerie van OCW: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Cfi/BGS
T.a.v. de Commissie voor de bezwaarschriften
Postbus 606
2700 ML Zoetermeer

Aanvragen Indemniteitsgarantie

Overweegt u indemniteitsgarantie aan te vragen? Neem dan zo snel mogelijk contact op zodat we met u mee kunnen denken.

Programmabureau: 020 3054771, programmabureauSKRE@cultureelerfgoed.nl Marja Peek, Coördinator Indemniteit, 020 3054721, 06 30456220, m.peek@cultureelerfgoed.nl

Het subsidieproces vangt aan met het indienen van een subsidieaanvraag. Dat betekent dat tenminste dertien weken voor de aanvang van de tentoonstelling of de langdurige bruikleen een aanvraag wordt ingediend.

Zie hiervoor de drie stappen die genomen moeten worden.

Een aanvraag kan pas in behandeling worden genomen wanneer deze compleet is. Volledige aanvragen bespoedigen de procedure. Voor het behandelen van een aanvraag heeft de rijksdienst een team samengesteld.

Het indemniteitsteam bestaat uit:

Marja Peek (coordinator)
Arjen Kok
Fransje Kuyvenhoven
Rutger Morelissen
Evert Rodrigo


Na ontvangst van een complete aanvraag wordt deze in behandeling genomen door een van de medewerkers uit het indemniteitsteam. Vervolgens wordt een afspraak gemaakt voor een bezoek aan de tentoonstellingslocatie door de mederker die de aanvraag behandelt en een tweede medewerker uit het indemniteitsteam. De rijksdienst brengt standaard in wisselende duo’s een bezoek aan de locatie waar de bruikleen/bruiklenen worden tentoongesteld. De aanvrager wordt vooraf geïnformeerd over de inhoud, het doel en de aanwezigen tijdens dit bezoek.

Overige aandachtspunten:

De documenten die zijn genoemd in de voorwaarden met betrekking tot de veiligheid en beveiliging kunnen vanaf het moment van de aanvraag tot en met het einde van de tentoonstelling of het langdurige bruikleen ter inzage worden gevraagd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (en/of door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ingeschakelde deskundigen). Bij tijdelijke tentoonstellingen is het merendeel van de werken afkomstig uit het buitenland. Ook andere dan kunstmusea kunnen indemniteit aanvragen voor tentoonstellingen en langdurige bruiklenen van uitzonderlijk belang, zoals volkenkundige en natuurhistorische musea.

Indien de tentoonstelling wordt vergezeld door een catalogus, stelt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed het zeer op prijs wanneer de subsidieverlening hierin wordt vermeld. De standaard formulering hiervoor is als volgt: De tentoonstelling is mede mogelijk gemaakt door: het Ministerie van OCW vanwege het toekennen van indemniteit.

Graag ontvangt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een exemplaar van de tentoonstellingscatalogus voor het indemniteitsarchief.

Uitkering

De minister kan aan een instelling ten behoeve van een tentoonstelling of langdurige bruikleen een aanspraak op financiële middelen verlenen onder de opschortende voorwaarde van verlies van of schade aan de door derden in bruikleen afgestane voorwerpen. Bij een tentoonstelling wordt de aanspraak verleend voor zover de exploitatie een tekort vertoont; bij een langdurige bruikleen voorzover een door de instelling verschuldigde eigen bijdrage wordt overschreden.

Melden schade/verlies

Bij verlies of schade dient de instelling dit zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te melden. Daarbij de oorzaak van het verlies of schade uiteenzetten en relevante stukken, als proces-verbaal en schaderapport, toevoegen. Bij verlies of schade kan de instelling gedurende een periode van vier maanden na afloop van de tentoonstelling of de langdurige bruikleen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verzoeken over te gaan tot vaststelling van de subsidie.

Beëindiging indemniteit

Doet zich geen verlies of schade voor, dan hoeven noch de instelling noch de minister enige actie te ondernemen en vervalt de indemniteitsverklaring. Dit geschiedt vier maanden na het einde van een toonstelling of van de langdurige bruikleen.

Informatie

Voor informatie kunt u terecht bij:

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Mevr. (Marja) Peek:
Coördinator Indemniteit
m.peek@cultureelerfgoed.nl
T 020 305 47 21

of

mw. H.H.M. (Heleen) Homma
Directiesecretaris
h.homma@cultureelerfgoed.nl
T 033 421 73 76

M.i.v. 01-01-2011 moeten aanvragen voor indemniteitsgarantie worden ingediend bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ter attentie van directeur, onder vermelding van ‘aanvraag voor indemniteitsgarantie’.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
De heer C. van ‘t Veen
Directeur
Postbus 1600
3800 BP Amersfoort